Wat wordt bedoeld met bolomvang of stekgrootte?
Elke bol, knol of wortelstok dient als opslagorgaan, waarin voedingsstoffen vanuit de plant worden vastgelegd voor het volgende jaar. Omdat het ene gewas grotere bloemen en meer gewas vormt dan het andere, zijn vanzelfsprekend de opslag organen ( bol, knol of wortelstok ) ook verschillend van vorm.

Om in de zomer te kunnen genieten van een fleurrijke bloemenpracht, heeft elk bolgewas een minimale en een maximale bolgrootte, waartussen verhandeld mag worden. In vaktermen worden deze bolgroottes aangeduid door een ziftmaat. Deze maat wordt internationaal gebruikt om de prijs en kwaliteit per bolgewas te kunnen bepalen.
De kweker sorteert na het rooien van de bollen op ziftmaat voordat er verkocht kan worden.
Hierboven is een oude bollenmaat afgebeeld waarmee de ziftmaat van elke partij bloembollen gecontroleerd werd. Blijft de bol op ziftmaat 8 liggen, maar valt deze door ziftmaat 9? Dan heeft de bol zift 8/9. Elke ziftmaat is ca. 1 cm. bolomvang. De bol heeft dus een bolomvang van ca. 8/9 cm. Deze maten worden tot op de dag van vandaag nog steeds gehanteerd.
Vaste planten worden veelal als landplanten verhandeld. De maat voor deze landplanten is voor elke vaste plant verschillend. Men spreekt daarom van stekgrootte. Deze stekgrootte wordt aangeduidt met Maat I. Dit is de grootst mogelijke maat die per gewas verhandelt wordt.
En toefgrootte ????
Bij het kopen van bloembollen of vaste planten is het niet altijd duidelijk wat men kan verwachten. Het is dus niet gemakkelijk in het voorja

ar te bepalen hoeveel ruimte het bolgewas in de zomer nodig heeft. Daarom hebben wij naast ons eigen fotomateriaal, de hoogte van de plant, het bloeitijdstip ook de toefgrootte per gewas beschreven. Hiermee bedoelen wij de ruimte die elk product per eenheid verpakking in het voorjaar nodig heeft.
Een toef wordt meestal cirkelvormig aangeplant, maar het kan natuurlijk ook in de vorm van een vierkant.
Veelal worden in toeven een oneven aantal bollen/ stekken geplant, zodat er een speels karakter ontstaat. Op de foto hiernaast is er een voorbeeld van de toefgrootte gegeven.
Hoe komen de bolgewassen aan hun naam?
Elk bolgewas heeft een Nederlandse en een wetenschappelijke naam. Deze wetenschappelijke naamgeving hebben we te danken aan Carl Linnaeus (1707- 1778), een Zweedse wetenschapper die de binaire nomenclatuur heeft ingevoerd.
Hierbij kreeg elke plant en elk dier een Griekse of Latijnse geslachtsnaam gevolgd door één of meer soortnamen. Ook werden de planten geordend volgens een systeem dat gebaseerd was op de voortplantingsorganen ( meeldraden en vruchtbeginsels ). De meeste bolgewassen behoren tot de Orde der Liliiflorae, en hebben dus enige gelijkenis met de Lelie.
De Orde der Liliiflorae wordt verdeeld in 3 families:
Lilaceae ( Leliefamilie )
Amaryllidaceae ( Narcissenfamilie )
Iridaceae ( Lissenfamilie )
Tot de familie Liliaceae behoren o.a. hyacinten, lelies, tulpen en scilla’ s.
Tot de familie Amaryllidaceae behoren o.a. narcissen en sneeuwklokjes.
Tot de familie Iridaceae behoren o.a. irissen, gladiolen en ixia’s.
Elke plantennaam begint met een geslachtsnaam die met een hoofdletter wordt geschreven.
Bijvoorbeeld:
Narcissus
Tulipa
Agapanthus
De soortaanduiding die volgt wordt veelal met een kleine letter geschreven en geeft verdere informatie over de plant. Meestal worden bepaalde eigenschappen beschreven, maar ook vindplaats of het land van herkomst kunnen in deze soortnamen verwerkt zijn.
Enkele voorbeelden zijn: Anemone
blanda ( blanda = lieflijk, bekoorlijk )
Eucomis
bicolor ( bicolor = tweekleurig )
Elk bolgewas is van nature constant. Toch vindt er wel eens een spontane mutatie of verloping plaats waardoor er een nieuw soort bol ontstaat. Deze wordt beschreven als hybride vorm. De naam van een hybride vorm wordt veelal gegeven door de vinder. Deze naam wordt geschreven achter de soortnaam, met een hoofdletter en tussen enkelvoudige aanhalingstekens. Ook de nieuwe bolgewassen die door kruisingen zijn ontstaan, krijgen een hybride naam.
Een voorbeeld is: Scilla siberica
‘Spring Beauty’.
Toch zijn de meeste bloembollen bij ons bekend onder de Nederlandse naam. Menigeen spreekt namelijk over het blauwe druifje of het sneeuwklokje. Alle Nederlandse namen worden ook met een kleine letter geschreven.